Le Corbeau et Le Renard

Hugo, Emile, Eric, Marijke

Ongetwijfeld kennen jullie de Fabels van Jean de la Fontaine (1621-1695). Hij was een Frans schrijver en werd het bekendst om zijn fabels. Hiervoor haalde hij veel inspiratie uit de klassieke oudheid, zoals Aesopus en Horatius. In 1683 werd hij lid van de Académie Française. Hij stierf in Parijs en werd begraven op de Père Lachaise begraafplaats, waar zeer veel beroemdheden hun laatste rustplaats hebben gevonden. Ik noem enkele namen: Maria Callas, Karel Appel, Frédéric Chopin, Guillaume Apollinaire, Edith Piaf, Marcel Proust, Honoré de Balzac, Gilbert Bécaud, Vincenzo Bellini, Sarah Bernhardt, George Bizet, Ernest Chausson, Luigi Cherubini, Eugène Delacroix, Paul Dukas, Henri Duparc, André Grétry, Reynaldo Hahn, Édouard Lalo, Amedeo Modigliani, Molière, Yves Montand, Jim Morrison, Georges Moustaki, Ignaz Pleyel, Sully Prudhomme, Gioachino Rossini, Simone Signoret, Oscar Wilde.

Emile Visser en Eric van der Horst

Voor mij is de bekendste fabel die van Le Corbeau et Le Renard. Ik vond er muziek bij in een muziekboekje dat ik jaren geleden in Briançon kocht. Tijdens de Dag van de Romantische Muziek namen we dit lied op in “De Muzikale Levenscirkel”, waarin Hugo van Neck piano speelde; Emile Visser op zijn cello; Eric van der Horst en Erik Idenburg de rollen van professor en aapje op zich namen; en ik voor o.a. de zang (improvisaties) zorgde.

Eric las de Oud-Nederlandse tekst voor. Emile en ik brachten het lied ten gehore, terwijl Eric de Vos en de Raaf liet bewegen. We kochten ook deze tijdens een zomervakantie ergens in Frankrijk.

Toen ik begon met voorlezen in het kader van Lismoi-Lisnous van de bibliotheek van Barvaux in België, zong ik dit lied met de 2 dieren op mijn handen voor de kinderen. Franstalige kinderen, dus helemaal goed!

Mijn opzet voor deze cirkelvertelling.

Door het project van Marco Kalkman ben ik opnieuw met de Fabels van Fontaine bezig. Mooie vertalingen van Marietje d’Hane-Scheltema en, zoals altijd, heerlijke muziek van Marco. Dit keer zingen we de fabels in het Nederlands. Het zijn er 12!

Een stukje uit ons draaiboek. Het was een muzikaal-theaterstuk vol improvisatie.

De Twaalf Fabels die gezongen worden, zijn: De Krekel en de Mier; De Raaf en de Vos; Een Bedeltas; De Stadsmuis en de Veldmuis; De Molenaar, zijn Zoon en de Ezel; De Gaai met de Pauwenveren; De Vrouw en het Geheim; De Jongen en de Schoolmeester; De Leeuw gedood; De Beer en de twee Vrienden; De Aap en zijn Vrouwen; De Gek en de Filosoof.

Zijn jullie benieuwd en willen jullie naar één van de drie concerten? Op 22 , 23 en 24 maart kunnen jullie kijken en luisteren naar dit spektakel in Rotterdam: De Nieuwe Banier;Banierstraat 1. Kaarten kunnen gereserveerd worden op www.rosette.nu

Het loopt storm, dus wees snel!

HUgo van Neck, Emile Visser, Marijke Persijn

Fijne week vol muziek,

Marijke

P.s. Deze website stopt in april 2019!

– Zingen bij Exposities 3: Hasseltse Kerk Tilburg

Vorige keer eindigde ik mijn blog met een stukje over mijn spontane improvisatie met cellist Emile Visser. U kunt het hier nog eens lezen en bovendien onze improvisatie (inclusief gedicht) beluisteren.

Soms ben ik zó geïnspireerd, dat ik zelf een gedicht schrijf en daarop improviseer. Alleen of samen met iemand anders, zoals in de Hasseltse Kerk in Tilburg met cellist Emile Visser. We hadden nog nooit samen muziek gemaakt, maar er ontspon zich een heel verhaal. Zo mooi als het zo klikt en dan ook nog tussen al die beelden en schilderijen verspreid over de kerk.

 

Als je improviseert, leer je je eigen zielenroerselen kennen en aan de oppervlakte brengen en uitdrukken in de wereld.

Eigenlijk waren de 2 jaren dat ik mee deed in de Hasseltse Kerk in Tilburg 2 enorme exposities. Er was een groep kunstenaars, die wilde voorkomen dat de kerk gesloopt zou worden. Er werden allerlei activiteiten georganiseerd, waaronder het vervaardigen en plaatsen van schilderijen en beelden en het geven van concerten.

Hoe het allemaal begon …

Ik studeerde aan de Schumann Academie in Rotterdam, waar ik bevriend raakte met Jacomijn van Duin (Jackie). Ze belde me op tijdens mijn vakantie met Eric in Noorwegen en Zweden met de vraag of ik me mee wilde inzetten voor het behoud van de Hasseltse kerk in Tilburg. Nou, dat sprak me wel aan. In 2000 trad ik er op met pianist Rudolf Borgardijn. Ik ontmoette er pianist Hugo van Neck, die er ook een concert gaf. 

In 2001 was ik opnieuw van de partij. Dit keer concerteerde ik samen met Peter (piano) en Christine Visser (viool) en Rudolf Borgardijn (piano). We hadden als thema “De Roos”.

Hugo en ik verzorgden samen een AUM-cirkel: het publiek zong de AUM-klank, terwijl Hugo en ik er bij improviseerden. Magisch!

 

 

Tevens organiseerde ik het “Open-Rozen-Podium”: mensen mochten er zingen, dansen, een instrument bespelen. Tijdens dit gebeuren besloten Emile Visser en ik samen te improviseren, waarbij we als uitgangspunt mijn gedicht “Ik ben de Roos” namen. Eén van de hoogtepunten in mijn muzikale carrière wat mij betreft.

Ik was jong en blijkbaar vol energie, want naast dit alles organiseerde ik ook nog een Meditatie-Reiki-Cirkel. Mijn zang-leerlinge Hanneke Tammes las een prachtig verhaal voor over de Pinksterroos=Pioenroos. De mensen zongen de Mantra “Jaya Jaya Devi Mata Namaha”, terwijl ik er bij improviseerde. Later deden we dit met de AUM-klank. 

Als je improviseert, leer je je eigen zielenroerselen kennen en aan de oppervlakte brengen en uitdrukken in de wereld.

Nog jarenlang heb ik met Hugo en Rudolf samengewerkt. Met Peter en Christine maak ik nog steeds muziek. In oktober komen ze hier logeren. Behalve samen wandelen, gaan we natuurlijk weer muziek maken en ook de Jacques-Perk-liederen van Peter voor klavecimbel, dwarsfluit en zang uitproberen samen met Marijke Verbeeck.

  

Fijne week,

Marijke